Je staat in de keuken met een recept voor een perfect risotto. “Gebruik een koekenpan van 28 centimeter,” staat er. Je kijkt naar je verzameling pannen en denkt: welke is dat nu eigenlijk? Of je wilt een deksel kopen voor die favoriete pan van je, maar geen idee wat je moet invullen bij “diameter”. Klinkt dat bekend?

Het meten van een koekenpan lijkt simpel, maar bijna iedereen doet het verkeerd de eerste keer. De bodem meten? De buitenkant? Of toch die rare hoek aan de zijkant? Geen paniek! Het is eigenlijk heel simpel als je het trucje eenmaal kent.

De gouden regel: meet altijd van bovenaf

Hier wordt het écht interessant. Koekenpannen worden altijd aan de BOVENkant gemeten, van binnenrand tot binnenrand. Niet aan de buitenkant, niet aan de bodem, maar lekker aan de bovenkant waar je erin kijkt. Dit is de maat die fabrikanten bedoelen als ze het over een “koekenpan van 28 centimeter” hebben.

Waarom juist daar? Simpel: de bovenkant is het breedste punt van je pan en geeft de meest bruikbare maat. Bovendien is dit de maat die je nodig hebt als je een deksel wilt kopen. En gelukkig maar, want die deksels zijn niet goedkoop en je wilt niet per ongeluk de verkeerde bestellen.

Pak een meetlint of een liniaal en leg deze van de ene binnenrand naar de andere binnenrand. Die afstand in centimeters is de officiële maat van je koekenpan. Een koekenpan van 28 centimeter is dus 28 centimeter breed aan de bovenkant, gemeten aan de binnenkant.

Waarom niet de bodem meten?

Je denkt misschien: “Maar mijn kookplaat raakt toch alleen de bodem? Moet ik dan niet daar meten?” Uitstekende vraag! De bodem is inderdaad belangrijk, vooral bij inductie. Maar voor de officiële maat van je pan kijken we altijd naar de bovenkant.

De bodem van een koekenpan is bijna altijd kleiner dan de bovenkant. Dat komt doordat pannen meestal schuin aflopen. Een pan met een diameter van 28 centimeter aan de bovenkant heeft vaak een bodem van ongeveer 22 tot 24 centimeter. Best een verschil toch?

Voor inductiekoken is die bodenmaat wel degelijk relevant. De kookzone moet ongeveer overeenkomen met de bodem van je pan, anders detecteert je kookplaat hem niet goed. Maar als je de maat van je pan moet opgeven, gebruik je altijd die 28 centimeter van de bovenkant.

De meest voorkomende maten

Nederlandse keukens draaien grotendeels op drie standaardmaten: 20, 24 en 28 centimeter. Deze maten zie je overal terugkomen, van recepten tot pannensets in de winkel.

Een koekenpan van 20 centimeter is perfect voor één of twee personen. Denk aan een snel eitje bakken voor jezelf of twee hamburgers voor jou en je partner. Klein, handig en zuinig met energie.

De 24 centimeter pan is de alleskunner voor drie tot vier personen. Die roerbakgroente voor het avondeten? Check. Drie kipfilets tegelijk? Geen probleem. Het is niet voor niets de meest verkochte maat.

En dan heb je de grote jongens van 28 centimeter. Die gebruik je als je regelmatig voor een groter gezelschap kookt of gewoon veel ruimte wilt tijdens het bakken. Vier grote biefstukken naast elkaar? Komt goed.

Zo meet je in 3 simpele stappen

Geen meetlint in huis? Geen paniek! Je kunt ook een bord gebruiken om de diameter te schatten, of de pan vullen met water en dit afmeten met een maatbeker. Maar voor de zekerheid werkt een meetlint of liniaal het beste.

Leg het meetlint plat over de pan, van binnenrand naar binnenrand. Niet schuin, gewoon recht over het midden. Let op dat je meet aan de binnenkant van de rand, niet aan de buitenkant. Die dikke rand aan de bovenkant hoort niet bij de diameter.

Rond af naar het dichtstbijzijnde even getal. Meet je 27,5 centimeter? Dan heb je vrijwel zeker een pan van 28 centimeter. Pannen worden altijd gemaakt in standaardmaten, dus een beetje afwijking is normaal. Meet je 23 centimeter? Dan is het waarschijnlijk een 24 centimeter pan.

Pro-tip: meet drie keer voor de zekerheid. Vooral als je online een deksel of nieuwe pan wilt bestellen. Niets zo vervelend als een deksel dat net te groot of te klein is.

Waarom deze maat eigenlijk belangrijk is

“Prima,” denk je nu misschien, “maar waarom zou ik dit allemaal moeten weten?” Goede vraag! Het maakt meer uit dan je denkt.

Recepten geven vaak de panmaat aan. “Verhit een koekenpan van 28 centimeter” staat er dan. Gebruik je een kleinere pan? Dan wordt het gerecht te dik. Een grotere pan? Dan droogt alles te snel uit. Vooral bij gerechten als risotto, paella of een mooie frittata maakt het echt verschil.

Bij het kopen van een deksel is de juiste maat natuurlijk essentieel. Te klein en hij valt erin, te groot en hij past niet. En deksels zijn meestal niet goedkoop, dus een miskoop wil je voorkomen.

Ook voor je fornuis maakt het uit. Een standaard fornuis heeft vier kookzones. Zet je vier grote pannen van 28 centimeter naast elkaar? Dan raken ze elkaar en krijg je gedoe. Daarom is een mix van verschillende maten zo handig.

Speciale aandacht voor inductie

Kook je op inductie? Dan heb je een extra puzzel. Bij inductie moet de bodem van je pan ongeveer even groot zijn als de kookzone, anders wordt de pan niet goed herkend of verhit. Dit betekent niet dat je de bodem moet meten voor de officiële maat, maar wel dat je eraan moet denken bij het kopen.

Een koekenpan voor inductie met een bovenmaat van 28 centimeter heeft vaak een bodem van rond de 22 tot 24 centimeter. Check dus altijd even of de bodemmaat overeenkomt met je kookzone. Deze informatie staat meestal wel in de productomschrijving.

Te kleine bodem op een grote kookzone? Dan verspil je energie. Te grote pan op een kleine zone? Dan wordt alleen het midden warm en blijft de rest koud. Zie je hoe dat werkt?

Nog een laatste tip

Sommige pannen hebben de maat al ergens op staan. Kijk eens op de bodem of aan de binnenkant van de rand. Staat daar “28” of “280”? Dan heb je een pan van 28 centimeter. Handig toch?

Maar wacht even met die meetlint wegleggen. Ook al staat er een cijfer, het is slim om toch even zelf te meten. Soms verwijzen fabrikanten naar de buitendiameter of geven ze een afgeronde maat. Meten is weten!

Bij twijfel tussen twee maten? Kies dan de grotere. Een iets te grote pan kun je altijd gebruiken, maar in een te kleine pan komt je eten letterlijk klem te zitten. Plus, grotere pannen zijn gewoon lekkerder om mee te werken. Meer ruimte om te roeren, je eten draait beter en je bakt minder snel aan.

Je bent nu een pan-meet-expert

En daar heb je het al! Het meten van een koekenpan blijkt minder ingewikkeld dan je dacht. Van bovenaf meten, van binnenrand tot binnenrand, en je weet precies wat je hebt. Of je nu een deksel zoekt, een recept volgt of gewoon nieuwsgierig bent naar je verzameling pannen.

Geen gedoe meer met verkeerde maten of pannen die niet passen. Je weet nu precies hoe het moet. En wie weet, misschien verras je binnenkort je vrienden met deze kennis tijdens het koken. “Wist je dat je een koekenpan altijd van bovenaf meet?” Instant gespreksstof!

Nu kun je met een gerust hart op zoek naar die perfecte pan of dat deksel dat al maanden op je verlanglijstje staat. Veel plezier met je nieuwe pan-meet-superkracht!

Meetlint - 3 M - Geel - Omtrekmeter - Lichaam - Rolmaat
Meetlint – 3 M – Geel – Omtrekmeter – Lichaam – Rolmaat
4.4
€3,88
€3,10
Bol

Categorized in:

Pannen,

Last Update: 09/02/2026